Waar komt de naam Kaat Mossel vandaan?

Kaat Mossel werd geboren op 25 maart 1723 als Cataharina Mulder. Zij kreeg haar bijnaam door haart ambt als ‘Keurvrouwe der mosselen’. Haar inkomen bedroeg zo’n 13 euro per jaar. Kaat was een arme, ‘ondeftige’ vrouw. Niet bepaald een viswijf, maar ook niet veel meer!

Ze had twee hartsvriendinnen:
Cornelia Swenk alias ‘Ruige Keet’ en ‘Oranjemeid’ Clasina Verrijn. Zij waren altijd in de Zwanesteeg te vinden als er wat te vieren viel ter ere van Oranje.

In het voorjaar van 1784 was Kaat ook degene die het Oranjegezinde volk ophitste tegen de patriotten. Toen de adelborsten oprukten om het stadhuis te bereiken, stonden Kaat Mossel, Ruige Keet en de Oran-jemeid het volk op te hitsen met Oranjegezinde leuzen en liedjes.

Kaat stond bekend als de roerigste Oranjeklant van Rotterdam. Kwade tongen beweren zelfs dat zij geld ontving van de Prinsgezinde regenten voor haar ophitserij.

In 1784 komen Kaat Mossel en Ruige Keet in de gijzelkamer onder het stadhuis gevangen te zitten, zonder enige vorm van proces. Dit weerhoudt Kaat er echter niet van om de verjaardag van de dochter van de Stadhouder uitbundig te vieren. Opgespaarde rantsoenen brandewijn zorgen voor de juiste stemming!
Ruige Keet wordt vrijgelaten, haar plaats wordt ingenomen door Oranjemeid Clasina Verrijn.
Een jaar later komt het dan tot een proces: Kaat Mossel krijgt 10 jaar en de Oranjemeid krijgt 6 jaar, onder andere voor het zingen van Oranje Boven, wat toen een misdaad was. Pas na de komst van de Pruisen in 1787 worden ze vrijgelaten.

In het revolutiejaar 1795 wordt Kaat Mossel uit haar ambt gezet door de zegevierende Patriotten. Ze sterft enige jaren later, na een leven van zware arbeid, rellen, gevangenschap, drank en Oranje Boven!

Een anonieme patriotistische dichter schreef een waarschuwing aan het marktpubliek bij de mosselwagen:

Stadhouderes van 't Graauw, 't vermaak van laffe Grooten,
Het blinde werktuig van hun snood-baatzuchtig doel!
De lust van 't Hof! - De schrik der beste Stadgenooten!
Een helleveeg, geneigd tot onrust en gewoel.
Kaet Mossel, zo berucht in dees beroerde dagen,
Die op der braven naam den vuilsten laster braakt,
En voor 't Oranje-Huis gelyk een 'Bulhond waakt,
Pronkt hier, met de oproerleus, by haren Mosselwagen.